|
|
Ik wandelde vanmorgen naar het VSO kantoor. Hoewel het
zaterdag is wilde Miriam (de financiële manager van VSO-Eritrea) ons toch
even zien, om ons onze per diems te geven (zo wordt ons zakgeld genoemd) en nog
wat papierwerk te laten ondertekenen. Ik verwachtte er al niet teveel van. Op
zijn Afrikaans vertrok ik pas op het afgesproken uur en vond na een half uur te
laat arriveren mijn collega’s gefrustreerd en wel, al wachtend op Miriam, die
naar mijn gevoel niet meer op deze zaterdag op haar kantoor zou verschijnen.
Ik bleef wat in de bibliotheek rondhangen en besloot dan
maar weer naar het hotel te vertrekken. Op de eerste vrije zaterdag sinds
ik in Afrika ben had ik wel zin in wat luiwammesen aan de pc: mijn e-mails nog
een keertje lezen en wat werken aan mijn dagboek voor op de website die nog
steeds niet online staat. Wat kan het me eigenlijk ook schelen allemaal. Ik ben
in Afrika en geniet met volle teugen.
Al wandelend denk ik even aan de afgelopen twee weken en
hoe mijn leven drastisch veranderde op die korte tijd. Nog niet zo lang geleden
zat ik in een vliegtuig op weg naar dit onbekende land met meer vragen dan
antwoorden in mijn hoofd. Tijdens het laatste stukje, na de tussenlanding in
Jeddah, terwijl ik neerkeek op de Rode Zee die onder me weggleed en met de
lichtjes van Asmara in de verte, sloeg me even de angst om het hart. Waar was
ik toch maar aan begonnen? De cursussen van VSO vers in mijn hoofd gepropt,
preparing for change, Skills for working in development, het
Eritreaanse country strategic plan en een diploma onderwijs met 5 jaar ervaring
op zak. Assessed, getraind en een volwaardig ontwikkelingssamenwerker bevonden,
maar in mijn broek plassend voor de verantwoordelijkheid en de professionaliteit
die van me verwacht werd.
Ik had na de landing weinig tijd om daar verder over na
te denken. Mijn koffers bleken verdwaald te zijn en door Lufthansa op een
vlucht richting Japan gezet. Het papierwerk kon beginnen. Mijn collega’s werden
alvast naar het hotel getransporteerd terwijl ik op verdere instructies van het
supervriendelijke luchthavenpersoneel wachtte. Yohannes, mijn nieuwe VSO
supervisor zou me komen ophalen, na zijn gesprekje met de immigratiedienst over
deze lading witneuzige leerkrachten. En zo werd de trend gezet van overal en
altijd te laat te komen en niemand die daar een zak om geeft.
Witneuzige leerkrachten…het blijkt een bekend fenomeen te
zijn in Eritrea. Met trots kan ik vertellen dat ik de enige Belg ben in het
team Eritrea. Mijn workpermit liet gisteren de code BELG2 zien. Blijkbaar is er
verder alleen de Belgische consul die mijn nationaliteit deelt en die probeert
te werken in dit prachtige land. Mijn titel werd ‘methodologist/teacher
trainer’ en met een hoog tempo van In Country Training, zijn we bijna klaar
om aan onze taak te beginnen. Ik spreek al een klein beetje Tigrinya. Het is
een raar taaltje waarbij ik vind dat onze taalleraar vaak wat weg heeft van een
bruine versie van Kermit de kikker tijdens zijn enthousiaste lessen. Ik
hoor mezelf steeds meer als een piraat klinken. Maar ik weet ondertussen
dat ik geen juf maar Memher Hilde genoemd zal worden, dat yekenely, dank je wel
betekent en bij de uitspraak van dit woord met de geweldige Afrikaanse klik
erin, ik het pas echt goed uitspreek als ik me voorstel dat er een vlieg in
mijn keelgat schiet bij de K. Bij koffieceremonies roep je na de eerste
slok: "TU-UUUM!!!!", als je niet door de gastvrouw
buitengeknikkerd wilt worden. En geloof me dat wil je hier niet.
De koffieceremonies zijn erg belangrijk. Het is de wijze
waarop de Eritreanen hun vrienden ontmoeten. Weigeren wordt als onbeleefd
gezien en zonder koffieceremonies kan je hier niet in de samenleving
inbreken. Als je uitgenodigd wordt voor koffie, verwacht je dan maar aan
minimaal twee uur stilzitten voor de heerlijkste bakjes pure cafeďne. Een
ceremonie bevat minstens drie kopjes en het is een hele uitdaging voor
Hilde-pilde om die op gepaste wijze vol te houden. Ik ben nooit in
staat geweest om lang, netjes stil te zitten op een stoel. Altijd wat teveel
energie in het lijf gehad. Dat wordt hier nog een keer overgoten met hoge
dosissen cafeďne. Aan het eind van een dag stuiter ik letterlijk rond in de
hoop dat er een gewenning zal optreden. Mijn brave Britse collega's vragen wel
eens waar ik al die energie aan het eind van een vermoeiende dag vandaan
haal. Mijn vraag is eerder waar ik hem dan kwijt kan zodat ik eens een nachtje
lekker kan slapen.
Bereket, een van de VSO supervisors, ging gisteren mee
naar de immigratiedienst. Met een vette knipoog deelde hij mee: “nothing to do
with Holland anymore, you are now my only Belgian Eritrean, they lost you to
Eritrea”. Ik kan de man geen ongelijk geven. Ik werd op ongeveer
dezelfde vraag naar Nederland uitgenodigd. Ook in Holland heerste
een tekort aan leraren dat met mijn input gedeeltelijk zou opgelost
worden. Ook In Nederland was men zo blij met buitenlandse leerkrachten dat er
een begeleidende dienst werd opgezet. Als ik nu kijk naar de gelijkenissen in
uitnodiging en de verschillen in de behandeling door de migratiediensten, rijst
me weer de vraag: "Wat is ook alweer beschaving en wat was ook alweer
onderontwikkeling". Ik heb hier niet in een ellenlange rij gestaan tussen
de asielzoekers, zoals in Rotterdam. Toch zijn er een heleboel vluchtelingen in
dit land. Ze komen vooral van Sudan. Als ik een vraag stelde kreeg ik daar een
direct antwoord op en niet de uitroep dat als het mij allemaal niet bevalt, ik
maar lekker terug naar België moet gaan. Hier zeiden ze: "Welcome, to
Eritrea!!!". In de enthousiaste, vrolijkheid van een land dat decennia
lang onder diverse oorlogen geleden heeft en probeert recht te krabbelen met
alle middelen die het heeft en kan krijgen, voel ik mijn frustraties van de
onzinnige druk die het leven in Nederland voor een Limburgs Belgje met zich
meebrengt, langzaam herstellen.
Ik leer hier vooral om de dingen simpel te houden. Op de
hoek van deze straat zit er een oud vrouwtje dat elke dag, de hele
dag kauwgom staat te verkopen, (ze verloor man en kinderen aan de oorlog
met Ethiopië). Ik groet haar elke dag in het Tigrynia. "Selaam, kemie
alechie?" -Dag, hoe gaat het met U?-, en maak een praatje terwijl ik
kauwgom koop die ik later weer aan kinderen loop uit te delen. Gisteren werd ik
een beetje stil van het beeld dat ze van mij gekregen heeft op deze twee
weekjes tijd. Ze zei: "Sugerie, people who love to live, they
love to laugh and you smile a lot, thank you for coming, I can put my trust in
you."
En zo sta ik klaar om op woensdag te verhuizen naar mijn
nieuwe dorp. Ik zal twee jaar lang wonen in Dbarwa sub zoba in de provincie
Dbub. Wanneer ik weer in de mogelijkheid ben om van internet gebruik te maken,
vertel ik wat meer over het strategische plan voor dit land en de iets minder
leuke dingen waaraan we hier met het team Eritrea hard gaan werken.
Groetjes
H.
|