|
|
Ik heb alweer bijna de tweede week van mijn op placement positie
achter de rug en de tijd van studeren en cursus volgen ligt gedeeltelijk achter
me. Ik ben gestart met de baan waar het hem nu eindelijk om gaat.
Mijn aankomst in Dbarwa sub zoba, zoba Dbub (het blijft leuk
klinken) ging niet ongemerkt voorbij. Mijn voorgangster Courtney heeft haar
baan niet afgerond, maar is een jaar vroeger dan gepland weer naar Amerika vertrokken.
Blijkbaar heeft het buurtcomité besloten me daarom dik in de watjes te leggen
zodat ik zeker blijven zal.
Het ministry of education was aangesteld om me een woning te bezorgen en dat heeft ze met
verve gedaan. Als ik vergelijk waarin mijn buren moeten wonen, slaat het
schaamrood me een beetje op de wangetjes. Mijn leefruimte is ongeveer 6 vierkante meter,
mijn keuken twee bij twee en dan delen we met 2 gezinnen en nog een leraar
alleen, wiens familie in een ander dorp woont, een toilet. Ik woon in een
groter huis dan mijn schatten van buren met hun twee kindjes. Ze slapen, eten, koken
en leven met zijn vieren in een kamer van 4 bij 5, en zijn zeker niet de
kleinst behuisden van het dorp.
Vergeet in de beschrijving van mijn nieuwe huisje even waar de
woorden keuken en toilet in ons rijke noorden voor staan. De keuken is gewoon een
ruimte waarin ik twee kerosinekacheltjes heb om op te koken, waar de
watertonnen zich bevinden en waar verder alles op de grond staat. Ik zal
misschien ooit een tafel of rek voor in de keuken kunnen aanschaffen, maar mijn
loon staat nu op 1000 nakfa per maand en zal opgewaardeerd worden over een paar
maanden tot 2400 per maand, ik moet dus even Hollands zuinig zijn. De nakfa
staat op dit moment via de zwarte markt op ongeveer 20 nakfa per euro).Het
toilet is een door porselein omgeven gat in de vloer.
Water is iets heel bijzonders voor me geworden. Er is water uit de
waterput dat dient om mee te wassen en te poetsen. Dan is er water dat vanuit
een vrachtwagen in een grote blauwe waterton wordt gepompt. Dat is water dat, na
het ontsmettende tabletje en daarna doorheen een waterfilter gezogen, klaar is
om mee te koken. Daarnaast heb je water dat gekocht wordt in de supermarkt (klein
winkeltje met een rek waarin er van alles 1 of 2 exemplaren zijn en je helemaal
niks te kiezen hebt) in grote jerrycans van 20 l dat zomaar gedronken kan
worden. Ik ben nog nooit van mijn leventje zo zuinig en voorzichtig met water
geweest. Er wordt hier geen druppeltje kostbaar water verspild. Ten eerste is
het een heel karwei om je watertanks vol te houden, ook al bezit deze compound
de luxe om onze waterput op het binnenpleintje te hebben. Ten tweede is het nog
steeds niet het droogste moment van het jaar. Als de grond begint te drogen en
er van rivieren al helemaal geen sprake meer is, let dan maar op je tellen. Ik
heb mijn buren goed geobserveerd. Op een dag begin je met jezelf te wassen.
Omdat ik zo een luxekipje ben dat moeite heeft om ’s ochtends vroeg een koude
emmer over het hoofd heen te gieten, kook ik dus eerst een pannetje warm water
(tot grote hilariteit van de buurtjes om de verspilling van kerosine). Dat
water wordt opgevangen in een reuze plastic kom. Het lijfwaswater verandert op
dat moment in kledingwaswater. Het lauwwarme zeepsop aangevuld met het blokje
B29 (umo het waspoeder vreet je kleding op, dus dan maar met een blok zeep over
je kleding schuren en schrapen tot het Afrikaanse stof, de vlekjes en
zweetgeurtjes tot de verleden tijd behoren), krijgt een danig andere kleur,
maar nog steeds gooien we het niet weg. Dit troebele water daar gooi je een
beetje vloerpoetsmiddel in, ergens vaag op de fles staat een lavendelbloem
afgebeeld, maar dat is maar om de schone schijn. Dit spul ruikt alleen maar
chemisch. Enfin, daar zwabber je dan nog een keer de vloertjes mee. Dat doe ik
elke dag en is de enige manier om de ongenode gasten als, spinnen,
kakkerlakken, ratten, muizen, sprinkhanen en rupsen op een afstand te houden.
(Ja moeders, ik leer het nog ooit om een huisvrouwtje te worden). Het nu wel
erg vieze water wordt toch nog even aangevuld met een dopje bleekmiddel en wordt
dan pas via het toilet weggegooid. Nu ben ik nooit en erge fan geweest van het
verspillen van water. Het werd me met de paplepel ingegeven om water als
levende kracht te zien. Van huize uit werd grondwater en regenwater met grote
waardering gebruikt en verspilling van drinkbaar water was altijd al uit den
boze. Hier in Afrika zie ik mezelf daarin een tandje bijsteken en hoop ik dat
eenieder die dit leest eens even nadenkt over de luxe van het urenlang onder
een warme waterstraal staan of het liggen weken in een zalig ontspannende plas
badwater. Er zijn een heleboel mensen in de wereld die zich dit soort gedrag
niet eens kunnen voorstellen.
Maar ik had het over mijn ontvangst in Dbarwa. Mijn landlady is
een vrouwtje dat ik eerst een jaartje of 65 schatte en dat zo op een postkaart
zou passen. Ze heeft het perfecte, authentieke tigrinya voorkomen (lange
jurken, witte sjalen en een kapsel waaraan je kan zien dat ze getrouwd is).
Later heb ik haar kinderen ontmoet. De jongste is een jaar of 7, dus zal ze waarschijnlijk
een stuk jonger zijn dan ik dacht. Niet aflatende angst en zorgen maken een
mens oud denk ik. In elk geval heeft ze mijn huis gezegend met een paar
onverstaanbare woorden en vervolgens een koffiefeest dat uren duurde voor me
geregeld waarin er niemand Engels sprak, maar het geen probleem vormde voor de
gasten dat ik er geen drol van begreep. Zoonlief van 12 heeft met koele
overtuiging de schorpioen die mijn keukentje bewoonde vermoord. Het deed me als
verstokte vegetariër pijn dat de eerste schorpioen die ik mocht aanstaren dat
met zijn leven bekocht, maar ergens moet ik ook toegeven dat het de enige wijze
handeling was in deze situatie. Je gaat niet dood van een steek van dit mormel
maar je lijdt er wel wekenlang pijn door. Verjagen uit zijn woonst betekent
regelrechte agressie, dus ik moet het maar gewoon laten voor wat het is, een
voorzorgsmaatregel tot zelfbescherming met de dood van een onschuldig beestje
tot gevolg.
Toen mijn nieuwe buren arriveerden kon ik mijn geluk niet op.
Gautom en Sinaid zijn allebei leraren van opleiding. Ze spreken beide vloeiend
Engels en zijn daardoor een grote steun in het aanleren van die moeilijke
Tigrinya taal. Ik durf te stellen dat mijn wereldwijde talenkennis niet te
onderschatten valt. Maar dit Afrikaanse gedoe heeft banden met Arabisch,
Hebreeuws en een heel klein beetje Italiaans en op zich leunt het dus bij niks
niemendal aan, van wat ik wel al ken. Daarenboven hebben ze hun eigen
lettertype en alfabet dat maar liefst uit 217 fonetische symbolen bestaat die
ze niet consequent in het schrift gebruiken. Correcte spelling is iets waarvan
niemand hier wakker ligt. Ik kan het hen niet kwalijk nemen vermits ze behalve
die ellenlange rijen klanken en symbolen in de eigen taal ook nog eens ons
alfabet (wat ze hier hardnekkig het Latijnse schrift noemen, terwijl ik me meen
te herinneren dat de oorsprong van ons ABC toch ook in de Arabische wereld te
vinden is) van schamele 26 lettertjes moeten leren en dat allemaal op de
basisschool. In elk geval leer ik veel van Gautom en Senait. Ook dat wat een
samenleving zou kunnen zijn. Als buurmeid ben ik zoals familie. Na’ut en Even,
hun zoontjes van respectievelijk 1,5 en 4 hebben aan mij een nieuwe tante en
lopen de deur plat. Even moet Engelse woordjes oefenen, ik zit op zijn niveau
in tigrinya. Voor het slapengaan nemen we samen even zijn kleurboekje door
waarbij ik hem corrigeer bij de Engelse woordjes en hij mij bij het tigrinya.
Na’ut leert gewoon Nederlands en zegt tegen ieder die het horen wil, hoi en dag
dag. Ze hebben veel respect voor de combinatie fulltime werken en alleen wonen.
Sinaid blijft thuis om er voor haar kinderen te zijn en zorgt ervoor dat er na
een dag hard labeur, (natuurlijk) koffie en eten voor me klaar staat (waarna ik
met mijn rantsoenen stiekem de hunne zit aan te vullen, want het hen gewoon
geven is ronduit beledigend) als ik om 18u van het werk thuis kom. Het
solitaire bestaan is hier vreemd en het is pas via allerlei smoesjes dat ik wat
tijd voor mezelf kan vrijmaken want wie wil er nu ’s avonds lekker alleen zijn.
Het werk zelf is de dekmantel voor een heleboel andere dingen,
zoals het grote hiv/aids/gender plan waarvan mij werkgevers niet op de hoogte
zijn. De input math’s and sciences en methodology die ik ooit als opdracht
van VSO waande werd opeens het invullen van een
English language lab volgens het ministry of education.
Ik doe mijn best om manieren te verzinnen om via fondsenwerving
het pedagogic resource centre aan te vullen, maar
helaas is ook mijn kipje met de gouden eieren al lang geleden overleden(ik
geloof ergens rond de tijd dat onzinnige rechtzaken en hun advocaten,
goudgrijpende makelaars en dienstverleners als de eneco en de kpn op mijn pad
kwamen….. Nee Hildepilde, laat het gaan, al deze frustraties, we zijn nu in
Afrika!!).
Ook op professioneel vlak heb ik een dikke vriend aan Gautom. Hij
is een van de gemotiveerdste leerkrachten die ik ooit als collega had en staat
te popelen om ons schooltje om te gooien in het student centred, active
learning system. Hij besteedde zijn zomervakantie aan het bestuderen en
cursussen volgen over het onderwerp inclusive education aan de
pedagogische universiteit van Asmara. En laat me nu net dat het met
onderscheiding bestempelde thesiswerk van mijn opleiding geweest te zijn.
Theoretisch weten we waar we over praten, praktisch zit de inclusie in een
ander hoekje. Zoals ik het had over handicaps en leerstoornissen, heeft hij het
over de armste der armste, zij die bijvoorbeeld geen tijd hebben om huiswerk te
maken of te moe zijn in de klas omdat ze zowel voor als na schooltijd, de
geiten moeten hoeden (er zijn kinderen die hun geiten mee naar school brengen,
dan staat er een hele kudde op het schoolplein te grazen om na schooltijd weer
huiswaarts te vertrekken, allemaal heel gewoon hier). Kinderen die thuis geen elektriciteit
hebben om hun werk bij te maken. De verwaarloosde middenstukken van gezinnen
die uit 11 personen bestaan en met zijn allen wonen in die 4 op 5 meter woonruimte. De
schandpaalkindertjes, uitgescholden omdat moeder of vader aan aids ligt te
sterven. De kleine meisjes die niet mogen vertellen over, maar zwaar te lijden
hebben onder de door de wet verboden, maar cultureel bepaalde FGM (female genital mutulation beter bekend onder de
naam vrouwenbesnijdenis).
Ik ben er zeker van dat ik mijn eerste grijze haren in Dbarwa lig
te kweken zoals mijn brein in die eerste weken al op volle toeren slaat dag en
nacht. Het volledige gebrek aan doelstellingen of leerlingvolgsystemen in een
school waar 32 leerkrachten 2100 leerlingen toch het nodige onderwijs willen
bieden en dat in de eerste school van de 29 die mijn gebied omvat en zichzelf
een pilotschool noemt als voorbeeld voor de nog meer rurale gebieden. Waar is
de tijd dat ik met tegenzin de heutinckcatalogi zat te doorbladeren en pissig
mijn tijdverlies zat te verbijten omdat de helft wegens gebrek aan fondsen toch
geschrapt zou worden. Mijn Limburgs scheurkalendertje sprak de waarheid toen
hij het mopje over de conferentie met me deelde. De conferentie tussen Europa,
Afrika en Amerika over het tekort aan voedsel in de rest van de wereld werd
afgelast omdat ze in Europa niet wisten wat een tekort was, in Afrika niet zo
goed snapte wat voedsel was en Amerika nog nooit gehoord had over de rest van
de wereld.
In elk geval is de spits afgebeten voor de werkspurt en het wennen
aan armoede dat de komende twee jaar mijn deel zal zijn. Eenieder die me van op
verre afstand te hulp wil schieten door mee te denken en of spullen, zoals
Engelstalige leesboeken, Engelstalige sesamstraatcd’jes of videobanden, cassetteband
walkmans, National Geograficfilms op band op te nemen, postzegelgeld voor
Eritrea te verzamelen ……. Of goede ideeën heeft om aan dit soort spullen
te komen, zullen we met een hele provincie dankbaar zijn.
Ik dank jullie al heel erg voor de interesse en het lezen van dit
dagboekje en ik probeer om over twee weken weer een vervolgje te vertellen.
Groetjes
H.
|