|
Het is vandaag een rare dag. Mijn stelling dat niet elke
dag een woensdag ( so lot’s
of fun) kan zijn, gaat
hier niet eens op.
Ik moet misschien even uitleggen dat ik als kleuter erg
gefascineerd was door de dagen van de week (ik had zelfs onderbroeken binnen
dat thema). Dat ik daarom elke dag aan mijn moeder ter bevestiging vroeg of het
vandaag echt wel die of die dag was en ze dan steevast antwoordde, ja de hele
dag. Ik ging er dus van uit dat het niet alle dagen een hele dag was, en dat
dan woensdag waarschijnlijk maar een halve dag was, want dan moest ik ook maar
een halve dag naar school (en op de onderbroek van woensdag stond een
judomannetje, dus de fundag bij uitstek, ook al trainde ik op dinsdag donderdag
en zaterdag, wat dus weer niet logisch was). Een kinderwijsheid die perfect
klopte, tot ik in de gaten kreeg dat alle dagen hele dagen waren, het eigenlijk
wel raar was dat een van de dagen dat ik niet trainde een judomannetje op mijn
onderbroek toonde en ik aldus begreep dat wiskunde en tijdsberekening nu
eenmaal helemaal niet logisch in elkaar zitten, waardoor dit nog steeds
gegevens zijn waar ik nu en in de rest van mijn leven geen jota begrijpen zal
en die ik liefst van al uit de weg ga.
Maar ik had het dus over het niet zo fundag woensdag. Ten
eerste zijn in Eritrea alle dagen, hele dagen. Dus ook op woensdag zijn we tot
18u op school, geen drol bijzonderheid aan een woensdag. Zelfs mijn ondergoed
heeft niks interessants te melden op woensdagen (behalve misschien het feit dat
hij handgewassen schoon is, terwijl hij machine bestendig is en een formaat
heeft dat hier niet aan de waslijn kan, waardoor ik die stomme H&M Snoopy
veel vaker zie dan me lief is.) Daarbuiten had ik het deze woensdag heel
eventjes gehad met alles en iedereen. Niet alleen hier, en op mijn werk (meer
daarover in het gedeelte over mijn werk) maar ook thuis.
Ik heb nooit de moeite gedaan om me voor lange tijd aan
iets of iemand te binden. Andere mensen regelden die houvast wel voor me. Ik
heb mezelf dan ook altijd gelukkig geprezen dat “mijn kringetje” klein bleef.
Een paar goede familieleden en een paar goede vrienden. Sommige daarvan zijn
net zo vreemde wezens als ikzelf. Net zomin als voor mij deden en doen afstand,
leeftijd, kleur, generatiekloven, geslacht en wat nog meer als barrière
verzonnen kan worden, er al teveel toe. De scheidingslijn tussen wel of geen
bloedverwantschap en wat nu precies familie en wat dan vrienden plegen te zijn,
is me nogal vaag gebleven in mijn persoonlijke geschiedenis. Mijn beste
contacten zie ik zelden terwijl sommige vervelende mijn pad dagelijks kruisten.
Vrienden van mijn ouders spelen al mijn hele leven oom en tante, meer en zo
ongelofelijk veel beter dan de echten. Een tante van mijn vader was mijn beste
vriendin, mijn mentor, mijn klankbord en speelde meer mijn grootmoeder dan één
van de echte versies ervan. En in het opbouwende pedagogische werk dat ik hier
pleeg te proberen, mis ik haar professionele advies, verstopt in akelig
realistische grapjes bijna dagelijks. Een nichtje van mijn moeder met haar hele
gezin zijn erg ver familie, net zoals die nonkel en tante van mijn moeder. Al
zie ik ze niet vaak, ze zijn nooit ver weg. Ze duiken steevast op, op de momenten,
dat het nodig is.
Er zijn lui die ik op vreemde wijze heb ontmoet, maar die
een hoge graad aan belangrijkheid hebben weten verwerven op zeer korte tijd en
weer andere die ik leerde kennen op een belangrijk moment of in verplichte
betekenisvolle relaties, die jaren later nog steeds achterdocht zaaien.
Ongetrouwd als ik ben heb ik een schoonmoeder. Ik
parasiteer simpelweg op die van mijn zus en zo kom ik dan bij het hebben van
kinderen…. Hildepilde bindt zich emotioneel alleen aan veilige situaties die
door betrouwbare figuren onder controle gehouden worden. Zelf heeft ze alleen
de vrijheid van geen geld geen goed en geen persoonlijke verantwoordelijkheid
en de nobele doelen nodig om in te overleven. Dat zorgt er dan weer voor dat er
een heleboel tijdelijke situaties belangrijk kunnen zijn, maar ook even gemakkelijk
weer kunnen verdwijnen in het verre verleden van net niet vergeten.
Sven en Ruben zijn mijn neefjes. In het tanteschap dat ik
mocht ervaren stelde die titel weinig voor. Nu ik die rol zelf speel, neemt hij
andere vormen aan. Het is een serieuze taak. Die gastjes worden goed verzorgd
maar maken een speciaal en ernstig belang uit van wat ik nu doe en laat, dat
zal nooit veranderen. Ik zie bij een heleboel VSO- collega’s hetzelfde
verschijnsel, waardoor we regelmatig zitten te stoefen met foto’s van andermans
kinderen. Ik heb heel lang geleden beslist om er zelf geen op de aardbol te
planten om zevenduizend verschillende redenen. Dat maakte niks uit, ook hierin
was en ben ik een perfecte parasiet op de creaties van mijn grote zus en kocht
ik zelf een kat.
En toen ging ik off2Africa.
Er zit geen kat meer op mijn schoot terwijl ik zit te
werken, te lezen of te studeren, maar een dreumes van 1.5. Naút houdt van
muziek en die is er hier meestal wel te vinden. Zo klein als hij is weet hij
dat als Hieldaah haar bril op haar neus plant er stil hoort gezeten te worden
en alleen de leleleladieda met bijbehorend gewiebel op de maat van de muziek,
getolereerd wordt. Hij houdt het ongeveer een kwartier vol, waggelt dan naar
zijn moeder om even druk te doen en komt dan weer terug. Hij kan nog geen klok
lezen, maar staat om 12 en 18 uur aan de poort op me te wachten.
Hieldaah geeft haar transportgeld (fietsen kost niks en
de cyclista plakt mijn banden voor niks) uit aan dure sinaasappels om de
vitamientjes die ook kleine Naút erg weet te waarderen. En ach dan kopen we er
maar een kilootje extra van, want ander fruit is er niet echt te vinden. We
snappen allebei wat het is om in een bananenland geen bananen te lusten. We
delen broederlijk en kauwen uit respect voor de luxe dubbel zo lang.
Een kindje dat er elke dag, de hele dag is. Dat van mijn
aanwezigheid een belangrijk onderdeel van zijn leventje heeft gemaakt. Nog
nooit was een kind zo nabij en net zoals Sven en Ruben, even niet meer in
letters en roosters op lijsten te bevatten. Anders dan met hen is dat ik deze
keer niet kan troosten met woorden van weggaan, maar heel zeker weer terug
keren. En ook weet ik deze keer niet helemaal zeker dat als ik over een tijd
weggegaan ben, alles wel weer goed komt. De kleine Naút staat een zwaar leven
te wachten. Eentje dat ik nu probeer te verzachten met sinaasappels, het elke
ochtend thee drinken uit zijn speciale kopje en de batterij van mijn pc leeg te
laten lopen om hem naar de visualisaties van de mediaplayer te laten staren. Ik
baal verschrikkelijk van mezelf dat ik hierin niet harder en professioneler kan
zijn. En zelfs in het prille begin van deze minimissie vraag ik me al af wat ik
mezelf hiermee aandoe en weet ik dat ik dit knulletje en zijn grote broer
verschrikkelijk zal missen nadat ik hen straks geen tot ziens, maar vaarwel
moet zeggen.
In de vraag naar het belang van verschil tussen
vriendschap en familie, heb ik tegenwoordig een heel mooi, donkerbruin, klein,
jong, dun buurvrouwtje dat zichzelf de laatste tijd mijn zus noemt. Althans dat
is me de laatste week opgevallen, wellicht omdat ik de taal iets beter begin te
snappen. Ik hoorde Senait uithalen naar Natsenet, mijn andere buurvrouwtje dat
kwam vragen of ik injera nodig had (het hoofdbestanddeel van de Eritreaanse
maaltijd, dat ik zelf niet kan klaarmaken omdat je daarvoor een pannenkoekbakplaat
ter grootte van een karrenwiel nodig hebt) dat ze zich daar niet mee te
bemoeien had. Vinnig kwam er achteraan. Je kunt haar vriendin wel zijn, maar ik
ben haar zus. Ook hier snapte ik het verschil in de titels even niet, sloeg
mijn verwarring toe bij deze uithaal en had ik geen flauw idee hoe ik hier op
behoorde te reageren. Ik heb bij mijn weten nog steeds maar 1 zus. Die is ruim
10 jaar ouder dan Senait met wit vel, blond haar en blauwe ogen en het zal haar
pimpelpaars wezen wiens pannenkoeken er op mijn bord belanden.
Gautom, mijn buurman en Germay zijn beste vriend, de
directeur van de basisschool waar zich ook mijn kantoortje bevindt, hebben me
dan gered door iets te murmelen over school en methodologiebesprekingen en
troonden me mee naar de stiekeme pub. In wat op het eerste zicht een gewoon
huis lijkt werd ik achter een schuimend glas Asmara Biera geplant. Leraren
behoren zich te allen tijde voorbeeldig te gedragen. Ze roken niet, ze drinken
geen alcohol, ze vloeken niet, ze dragen altijd nette kleren en hebben om die
reden dus een eigen café. Het bestaan ervan is alleen geweten door het
onderwijzend personeel en wat er tussen die muren gebeurt, gaat dan ook niet
verder en is blijkbaar niet altijd even netjes om te zien.
Gautom nodigde me uit om alle frustraties van ons
huishouden er even uit te gooien. Germay wist ook alle details dus geen
probleem dat hij erbij zat.
ONS HUISHOUDEN????
Het hele concept Hilde heeft toch helemaal geen gezin of
huishouden. Ze zoekt er niet naar en hoeft het ook helemaal niet. En toch…!?
Plotseling zit ik in situaties waar ik sta te juichen en
te klappen voor de eerste drol in het potje en werd het een automatisme om ’s
ochtends de helft van mijn thee over te gooien in een plastic bekertje en aan
te lengen met wat koud water. Als Nauty wakker wordt komt hij altijd meteen
zijn kopje thee drinken. Opeens ligt mijn spiegel altijd binnen handbereik om
Even te laten zien hoe stom zijn gezicht eruit ziet als hij krokodillentranen
zit te produceren en drop ik hem op zaterdagmorgen bij zijn speelkameraadje, de
tijd dat ik naar de markt ga. De markt waar ik sinaasappels koop, die te duur
zijn voor de buren en eigenlijk ook voor mij, omdat de kleinste geen bananen
lust. Ik betrap me wel eens op het extra wassen van een broek, omdat Naút soms
zijn potje vergeet als hij naar muziekjes komt luisteren, en mijn broek dan ook
het slachtoffer wordt van zijn ongelukje. Wassen dat tegenwoordig met warm water
kan dankzij de solar
shower met tot gevolg dat er in de wasteil wel eens een peuter in
zijn blootje zit te helpen (van bed op stro). De vader van die peuter, die ook
een leraar is en weet hoe snel het ministerie in betalen is en ik sta nog
steeds niet op de loonlijst, heeft even kas opgemaakt. Als ik ten laatste in februari
mijn eerste loon ontvang, dan hebben WIJ!!!! nog geen probleem. Pas als dat
niet het geval is moet ik om een voorschot gaan vragen.
Senait waaraan iedereen, ook ik, netjes verantwoording
gaat afleggen over waar je heengaat, waarom en met wie en hoe laat je ongeveer
weer thuis bent. Als het donker wordt mag je niet zomaar buiten lopen omdat er
wel eens hyena’s om het dorp gesignaleerd worden en wij op de buitenrand van
het dorp wonen. Er moet dus geweten zijn of zoektroepen uitgezonden moeten
worden (er zat er trouwens gisterennacht eentje op het binnenplein van onze
compound). En elke dinsdag zitten we extra lang koffie te slurpen en worden er
geen andere dingen afgesproken. Beide jongetjes zijn op een dinsdag gezond
geboren en dat vieren we elke week met een uitgebreide ceremonie. Op zaterdag
ga ik naar de markt en doe Senait’s boodschappen erbij omdat dan de kip wordt
geslacht en zij het extra druk heeft met pluimen en ingewanden en ik dat net
zoals Even niet kan aanzien. Wij vluchten dan saampjes om als we weer
thuiskomen aan te schuiven aan de luxemaaltijd die bij de zaterdag hoort. Omdat
ik geen vlees eet krijg ik Shuro met echte kikkererwten en soms wel ei. Dat is
wanneer Germay ook van de partij is. Germay vergeet steeds zijn kip te slachten
volgens Even, en spaart de eieren op voor de zaterdagse feestmaaltijden. En dan
zitten we met zijn allen al etend naar een Saoedi-Arabische soap op Eri-TV te
kijken waar niemand wat van snapt, want we kunnen geen van allen Arabisch, maar
die toch vermakelijk is omdat iedere acteur, zowel de mannelijke als de
vrouwelijke, dikke tieten en een snor heeft.
Ongemerkt zit ik dus inderdaad opeens als een werkend
deel in iets dat ONS HUISHOUDEN genoemd wordt. Nadat dit gegeven doordrong en
ik het er daadwerkelijk uitgooide tegen Germay en Gautom, was hun reactie een
in hun ogen simpele oplossing. Dan ga je toch niet weg. Blijf gewoon hier en
trouw met een Eritreaan. Ze opperden zelfs Mhammed Ali (en nee hij is Orthodox
en heeft nog nooit gebokst) de wiskundeleraar van de junior school die me gaat
helpen bij een methodologie workshop over Wiskunde. Ik begreep het als een
grapje en heb er smakelijk om gelachen.
Sinds deze domme woensdag wordt ik dagelijks van school
opgehaald en wandelt er een wiskundeleraartje al hoffelijk mijn boeken dragend
mee tot aan de poort van de compound.
Wat moet ik hier nu weer mee……????
Wordt vast vervolgd
H.
|