Deel 7
Home 
Over Hilde 
Over Eritrea 
Het project 
Hilde's dagboek 
Hilde's werk 
Leuke weetjes 
Fotoalbum 
Nieuwsbrieven 
Oproepen 
Reacties 
Persarchief 
Contacteer me 
Sponsoring 
Links 
Mail me 

 

[Deel 1][Deel 2][Deel 3][Deel 4][Deel 5][Deel 6][Deel 7][Deel 8][Deel 9][Deel 10][Deel 11]

 

Januari ’07

 

Post-feestdagen-meligheid

Het is misschien iets vroeger dan de bedoeling was, maar in mijn post-feestdagen-meligheid is een dagboekverhaaltje even nodig, …voor mij.

Ik hield van schrijven nog voor ik het kon en al was het de grootste tegenvaller die ik ooit beleefde, dat ik niet na de eerste dag van mijn aanwezigheid in het eerste leerjaar bij juffrouw Hilda, perfect kon lezen en schrijven, toch zijn het bezigheden die ondertussen bijna mijn hele leven vullen. Het afgelopen jaar had ik een vijfkoppig lezerspubliek, maar toen ik off2africa vertrok heb ik mijn verlegenheid weggecijferd en mijn schrijfselarijtjes (met enige censuur) op het WWWeb gegooid. De Hilde-site wordt drukker bezocht dan ik voor mogelijk heb gehouden.

Mijn vertrek uit Europa op de wijze waarop ik het deed heeft vele meningen. Al zijn sommige pijnlijk verkeerd, het laat me niet afdwalen van het pad dat ik gekozen heb.

Soms ben ik niet meer wie ik was en ik herken soms zelf mijn eigen gedachten niet meer. Toch probeer ik wakker te blijven en oplettend te zijn, want ik moet in deze wedstrijd blijven, er zijn hier geen herkansingen al weet ik dat er geen goud te behalen valt.

Ik ga mijn eigen weg. Alleen in gedachten gaan er ergens heel ver weg, nog een paar mensen met mij mee. Mijn strijd voer ik heel alleen met ogen open, vooral die op mijn rug.

Maar dan kom de post…

Net zoals je op een vervelende wijze ziek kan worden en merkt dat door onbegrip, dat wie je dacht dat echte vrienden waren, net degene zijn die veroordelen en verdwijnen, zo gebeurt hetzelfde als je van continent verandert. Zij die blijven, die willen er zijn, de rest lost op in het niets. Geen toevallige oppervlakkigheden meer.

Ik ben sterk. Geen traan verlaat mijn ooghoek want ik ben in Afrika en ik zou nergens anders willen zijn.

Er is een gezegde dat ik beleef.

Je kunt de mens uit Afrika halen, maar als Afrika in een mens zit, haal je dat er nooit meer uit.

Ik heb geen heimwee in dit prachtige landschap dankzij brieven en internet en vooral Senait en kleine Naod (ja, ik schreef zijn naam steeds verkeerd) en de wetenschap dat ik in de zomer op Europese vakantie kan en daarna weer terug mag.

Maar het is pas begin januari en ik zie mijn VSO collegae vertrekken, zuipen en euh….andere menselijkheden betrachten. Individueel zijn ze helemaal geweldig, in groep kunnen ze een beetje angstaanjagend zijn.

Ik neem meer afstand van het enige Westerse contact dat ik nog heb.

Ik ben sterk en doelgericht, ik ga wel alleen op mijn zelfgekozen pad.

Mijn supervisors van het Ministry Of Education zijn veranderd. Had ik eerst een stel fronsende, “It is not possible”- herhalende bloemzakken om verantwoording aan te geven, “I’m in the army now”.

Het wisselen van de wacht in een directiestaf kan flinke veranderingen in de werksfeer tot gevolg hebben. Ook dat lesje heb ik aan den lijve geleerd.

Mijn beroepscarrière werd in het verleden eerst geleid door een zachtaardige maar eerlijk strenge pater familias die helaas na zijn pensioen werd opgevolgd door een stalkende, onprofessionele, flitsgescheiden doch zwaar seksueel gefrustreerde godsdienstfanate, waar ik gelukkig van werd gered door een moederlijke, op kwaliteitsonderwijs gerichte kletsvriendin die op haar beurt weer moest luisteren naar een losgeslagen wilde merrie in een porseleinkast.

Toch kan het extremer….

Nog nooit waren mijn bazen ex-patriots wier onschuld stierf tijdens het deel uitmaken van een executiepeloton dat de vijand afstrafte in een onafhankelijkheidsstrijd. Ze zijn even oud als ik.

Onderwijs in militaire handen, iemand (???) vindt dat vast een schitterend idee!

Maar ik ben sterk, geen traan verlaat mijn ooghoek.

De eindejaarstijd is een rotperiode. Dat was het al in de lage landen, dat is het ook hier.

Weer heb ik stalkers. Uit ervaring leer ik dat stalkers, waar ook ter wereld, altijd slechts één extreem werkende hersencel hebben. Dat kan gaan van verliefdheid op de Vlaamse Leeuw (echt effe aan het verkeerde adres), het woord van de Here en een staatsgreep in Libanon. Deze keer is de ene een computernerd in Asmara en de andere een schooldirecteur die heel Ethiopië eventjes voor zijn kalasjnikov zou willen zien. Hij woont 200 meter van mijn huisje in Dbarwa en loopt dagelijks in mijn werkveld.

De ene kan ik wel aan, voor de andere heb ik assistentie ingeroepen en die wordt nu door anderen kort gehouden.

Sinds ze het hardlopen uitgevonden hebben, ben ik voor niks meer bang.

In al mijn verkochte onzin, doe ik aan meer zinnigheid dan ik ooit voor mogelijk hield en dat pas sinds ik in Afrika ben. Dat laat ik niet verknallen door een stel achter hun ding aanrennende macho’s.

Senait en ik hebben besloten dat we eens een keertje een wortel in de broek gaan stoppen en dan wijdbeens naar stad marcheren om een biertje te gaan drinken, gewoon om te testen of het echt zoveel belangrijker aanvoelt. Ze zijn niks meer dan wij, die mannen, helemaal niks…, hoe stoer, vervelend en eng ze ook kunnen doen, als het erop aan komt dan zijn ze bang van ons. Laten we er vooral vrolijk mee lachen, meer energie zijn ze niet waard. Dat weet ik heel zeker, gewoon omdat ik dat zeker weet.

We zijn sterk en houden vol, geen traan verlaat mijn ooghoek.

Het wil maar niet regenen. We beginnen ons stilaan een beetje zorgen te maken. De waterput is bijna leeg. De emmer schraapt al over de bodem en het water staat te lang stil. Drink- en kookwater wordt tegenwoordig in de winkel gekocht, maar wordt elke dag een beetje duurder. Het vrachtwagenwater wordt extra lang gekookt zelfs voor we er mee wassen en poetsen. Daar gaat een heleboel kerosine aan op. Alsnog hebben we opeens allemaal gekke bultjes en buikpijntjes. Mika’éle filtert dagelijks de waterput en houdt de regenpijpen schoon met chloor en bacteriedodende zeep, wachtend op de regenbui die maar niet komt. Hoe lang houden we dat financieel vol en wat als het de komende maand weer niet regent?

Ik blijf vrolijk lachen en verzeker iedereen die het horen wil dat regen snel zal komen. Dat weet ik gewoon heel zeker omdat ik het zeker weet.

Ik blijf sterk volhouden en geen traan verlaat mijn ooghoek.

De nationale examens komen eraan. De nieuwe supervisors vinden dat er te weinig gewerkt werd. Leerkrachten moeten tot het einde van de maand zes dagen per week, 8 uur per dag voor de klas. Workshops verschuiven naar de zondag. Tijdens de drie weken van de examenperiode, wordt het assessment afgenomen tot 17u en wordt er tot 19u extra instructie aan de leerlingen gegeven. De nagekeken papers moeten voor 8.00 de volgende ochtend op het bureau van de supervisor liggen (klasgroepen tussen de 70 en 93 kinderen). We hebben geen kerstvakantie hier en we zijn nu al zo moe. Hoe lang houden de leerkrachten dat nog gezond vol, wanneer moeten ze de tijd vinden om al hun ander werk te doen?

Ik blijf vrolijk lachen en verzeker iedereen die het horen wil dat het maar om zes weken gaat en dan hebben we een weekje vrij. De “nieuwen” moeten even streng starten zodat we weten dat ze er zijn, maar dat gaat wel weer over. Ik heb de verantwoordelijkheid over methodologie en ik vertel in de komende meeting wel even dat kinderen echt niet slimmer worden van meer uren in de klas, dat iedereen daar alleen maar nog meer moe van wordt. Ze moeten op den duur wel naar mij luisteren, dat weet ik heel zeker, gewoon omdat ik het zeker weet.

Ik blijf sterk volhouden en geen traan verlaat mijn ooghoek.

Sinds het gerommel om dit landje heen, worden me steeds meer politiek getinte vragen gesteld waarop ik geen eerlijk antwoord mag of kan geven. Waarom zit een klein land met maar ongeveer 4 miljoen bewoners, dat gebukt gaat onder extreme armoede, steeds in conflicten? Wat willen ze precies van ons? Waarom laten ze ons niet gewoon met rust?

Senait speelt haar Amhare (Tigrinya taal in Ethiopië) Cd’tjes steeds luider. Haar muziek is in publieke gelegenheden verboden en was de reden dat een paar jaar geleden haar restaurantje werd gesloten wegens openbare zeden schennis. Privé zit er nog geen wettelijk verbod op. Haar ex-patriotje-pest laat me zien hoe protest en het gevoel van vrijheid in heel erg kleine dingen kan zitten. Ze weet zelf dat ze het soms beter niet zou doen, mij maakt het niks uit, ik zing voor haar het liedje van CB Ray:

“Girl put your record on, tell me your favourite song, you go ahead, let your head down. You feel afraid but that’s all right. Do what you want. I hope you will catch your dreams someday, somehow…”

Er wordt me gevraagd of ik Europese mannen in de aanbieding heb om met oudste dochters te trouwen zodat zij tenminste weg kunnen om van op afstand de familie te steunen. Ik herinner me nog wel vaag een paar afdankertjes, maar daar wil ik die mooie, brave meisjes ook niet direct mee opzadelen. Er zijn moeders die me hun baby’s willen geven. Neem hem straks mee naar België, jij kunt beter voor hen zorgen dan wij.

Ik blijf vrolijk lachen en vertel iedereen die het horen wil dat ze geen gekortwiekte vogels zijn, dat change will come, dat dit echt niet zo zal blijven duren. En als de ommekeer komt, dan moet je er klaar voor zijn, ga vooral niet bij de pakken neer zitten, want alles komt wel goed. Dat weet ik heel zeker omdat ik het zeker weet.

Ik blijf sterk volhouden en geen traan verlaat mijn ooghoek.

Ik mis mijn kat. Meer dan mensen ooit konden heeft hij mij doorheen zware periodes gesleept. Wanneer ik iedereen de deur uitschopte en alle contact met het buitenbos uit de muur rukte, loste een diepzinnig gesprek met de haarbal op schoot alle wereldproblemen op.

Ik heb nu een loslopende krekel als huisdier en om de een of andere reden is dat toch niet hetzelfde als een rooie Cornish Rex. Mijn “want to be a lion, (shit, I’ve been castrated, but I can’t really remember when????)” katermans Merlootje is gelukkig, ook al is hij ver weg van mij.

Ik blijf vrolijk lachen en vertel mezelf dat hij het goed heeft en dat ik hem over een paar maandjes weer zie en dat hij mij dan niet eens meer herkent omdat hij het zo naar zijn zin heeft. Dat weet ik heel zeker, omdat ik het zeker weet.

Ik blijf sterk volhouden en geen traan verlaat mijn ooghoek.

En dan komt de post.

Van Liesbeth krijg ik de professionele hulp, het versgeboren geluk en de verschrikkelijke zorgen, wat wind onder de vleugels en een zelfgemaakte kaart waarvoor een heel dorp in stille bewondering vervalt. Van “huisarts” Marc en Huub,”een vriend”….zoals ze zichzelf noemen, (waarom geven mensen zichzelf opeens titels???) mijn bevoorrechte gevoel in Afrique te zijn. Van Els de Europees huiselijke praatjes over het “werkende mama zijn” en het vervolgverhaal van kleine Irme. Van zus de broodnodige warme jas, brieven en kaartjes. Van (schoon)broer de absolute betrouwbaarheid, de werkende website, mijn spreekbuis. Van Sven en Ruben de prachtige rapportcijfers (en alleen om die reden vergeef ik het gebrek aan tekeningen in mijn kerstpakje). Van papa de research, de boeken en de goede raad. Van mama de groentebouillon, de marsepein, mijn vergeten San Francesco (we blijven dol op de Katholieke Dr. Doolittle) en na zelfs 4 maanden niet gezien, perfect passende broeken. Van Nelly en Harrie de herinneringen aan mijn onbezorgde kindertijd met pure liefde voor mijn speelkameraad Suzie-hond, onze eerste cocker spaniël (toen ze kwam was ik geen 5 jaar oud, we waren beiden puppy’s, ik was net geen 20 toen ze stierf op 16 jarige leeftijd) waar ik verbale discussies mee kon voeren en nee ik kreeg niet altijd gelijk, en Astra de Deense dog van adel op wiens buik alleen ik als kleuter slapen mocht.

Nog steeds ben ik sterk en doelgericht en blijf ik vrolijk lachen en geen traan verlaat mijn ooghoek.

De eerste traan in 4 maanden tijd, viel na het krijgen van het wereld(kerst)kaartje van nonkel Jan en tante Lucie.

Elke avond kijk ik naar Orion en de grote beer, elke nacht zie ik de poolster. Ik heb geen heimwee, want ik ben sterk en doelgericht en ik leef dagelijks het voorrecht om in Afrika te zijn. Het getekende pijltje Eritrea-België op het kaartje is nog geen halve centimeter lang, er staat zelfs een pijltje richting poolster bij. Er wordt verteld dat op enkele graden naar links van de poolster de Meeënheide ligt, drink daar een glas wijn op (hibiscusthee met een beetje Asmara gin, wijn is te duur), maar niet te veel want dan krijg je hoofdpijn.

Pijnlijk alleen in Afrika, maar toch nergens anders willen zijn, behalve misschien heel, heel, heel soms.

Ons kent ons.

Ik ga mijn eigen weg, mijn strijd voer ik ver weg en heel alleen….of toch niet!!???

Ver weg is eigenlijk best heel dichtbij en er lopen een paar prachtige, sterke, goede mensen van op een afstandje, maar constant met mij mee. Blijkbaar had ik me toch even vergist in alles wat ik gewoon heel zeker weet, en het maakt helemaal niks uit dat er dan eens een keer toch een traantje valt.

Nog sterker dan voorheen kunnen we daarna weer vrolijk lachend op pad en weten we alles weer heel zeker.

H.

 

[Home][Over Hilde][Over Eritrea][Het project][Hilde's dagboek][Hilde's werk][Leuke weetjes][Fotoalbum][Nieuwsbrieven][Oproepen][Reacties][Persarchief][Contacteer me][Sponsoring][Links][Mail me]

Copyright(c) 2006 Slangen J.M.. All rights reserved.