|
Post-feestdagen-meligheid
Het
is misschien iets vroeger dan de bedoeling was, maar in mijn post-feestdagen-meligheid
is een dagboekverhaaltje even nodig, …voor mij.
Ik
hield van schrijven nog voor ik het kon en al was het de grootste tegenvaller
die ik ooit beleefde, dat ik niet na de eerste dag van mijn aanwezigheid in het
eerste leerjaar bij juffrouw Hilda, perfect kon lezen en schrijven, toch zijn
het bezigheden die ondertussen bijna mijn hele leven vullen. Het afgelopen jaar
had ik een vijfkoppig lezerspubliek, maar toen ik off2africa vertrok heb ik
mijn verlegenheid weggecijferd en mijn schrijfselarijtjes (met enige censuur)
op het WWWeb gegooid. De Hilde-site wordt drukker bezocht dan ik voor mogelijk
heb gehouden.
Mijn
vertrek uit Europa op de wijze waarop ik het deed heeft vele meningen. Al zijn
sommige pijnlijk verkeerd, het laat me niet afdwalen van het pad dat ik gekozen
heb.
Soms
ben ik niet meer wie ik was en ik herken soms zelf mijn eigen gedachten niet
meer. Toch probeer ik wakker te blijven en oplettend te zijn, want ik moet in
deze wedstrijd blijven, er zijn hier geen herkansingen al weet ik dat er geen
goud te behalen valt.
Ik ga
mijn eigen weg. Alleen in gedachten gaan er ergens heel ver weg, nog een paar mensen
met mij mee. Mijn strijd voer ik heel alleen met ogen open, vooral die op mijn
rug.
Maar
dan kom de post…
Net
zoals je op een vervelende wijze ziek kan worden en merkt dat door onbegrip,
dat wie je dacht dat echte vrienden waren, net degene zijn die veroordelen en
verdwijnen, zo gebeurt hetzelfde als je van continent verandert. Zij die
blijven, die willen er zijn, de rest lost op in het niets. Geen toevallige
oppervlakkigheden meer.
Ik
ben sterk. Geen traan verlaat mijn ooghoek want ik ben in Afrika en ik zou nergens
anders willen zijn.
Er is
een gezegde dat ik beleef.
Je kunt
de mens uit Afrika halen, maar als Afrika in een mens zit, haal je dat er nooit
meer uit.
Ik
heb geen heimwee in dit prachtige landschap dankzij brieven en internet en
vooral Senait en kleine Naod (ja, ik schreef zijn naam steeds verkeerd) en de
wetenschap dat ik in de zomer op Europese vakantie kan en daarna weer terug mag.
Maar
het is pas begin januari en ik zie mijn VSO collegae vertrekken, zuipen en
euh….andere menselijkheden betrachten. Individueel zijn ze helemaal geweldig,
in groep kunnen ze een beetje angstaanjagend zijn.
Ik
neem meer afstand van het enige Westerse contact dat ik nog heb.
Ik
ben sterk en doelgericht, ik ga wel alleen op mijn zelfgekozen pad.
Mijn
supervisors van het Ministry
Of Education
zijn veranderd. Had ik eerst een stel fronsende, “It is not possible”-
herhalende bloemzakken om verantwoording aan te geven, “I’m in the army now”.
Het
wisselen van de wacht in een directiestaf kan flinke veranderingen in de werksfeer
tot gevolg hebben. Ook dat lesje heb ik aan den lijve geleerd.
Mijn
beroepscarrière werd in het verleden eerst geleid door een zachtaardige maar eerlijk
strenge pater familias die helaas na zijn pensioen werd opgevolgd door een
stalkende, onprofessionele, flitsgescheiden doch zwaar seksueel gefrustreerde
godsdienstfanate, waar ik gelukkig van werd gered door een moederlijke, op kwaliteitsonderwijs
gerichte kletsvriendin die op haar beurt weer moest luisteren naar een
losgeslagen wilde merrie in een porseleinkast.
Toch kan
het extremer….
Nog
nooit waren mijn bazen ex-patriots wier onschuld stierf tijdens het deel
uitmaken van een executiepeloton dat de vijand afstrafte in een
onafhankelijkheidsstrijd. Ze zijn even oud als ik.
Onderwijs
in militaire handen, iemand (???) vindt dat vast een schitterend idee!
Maar
ik ben sterk, geen traan verlaat mijn ooghoek.
De
eindejaarstijd is een rotperiode. Dat was het al in de lage landen, dat is het
ook hier.
Weer
heb ik stalkers. Uit ervaring leer ik dat stalkers, waar ook ter wereld, altijd
slechts één extreem werkende hersencel hebben. Dat kan gaan van verliefdheid op
de Vlaamse Leeuw (echt effe aan het verkeerde adres), het woord van de Here en
een staatsgreep in Libanon. Deze keer is de ene een computernerd in Asmara en
de andere een schooldirecteur die heel Ethiopië eventjes voor zijn kalasjnikov
zou willen zien. Hij woont 200
meter van mijn huisje in Dbarwa en loopt dagelijks in
mijn werkveld.
De
ene kan ik wel aan, voor de andere heb ik assistentie ingeroepen en die wordt nu
door anderen kort gehouden.
Sinds
ze het hardlopen uitgevonden hebben, ben ik voor niks meer bang.
In al
mijn verkochte onzin, doe ik aan meer zinnigheid dan ik ooit voor mogelijk
hield en dat pas sinds ik in Afrika ben. Dat laat ik niet verknallen door een
stel achter hun ding aanrennende macho’s.
Senait
en ik hebben besloten dat we eens een keertje een wortel in de broek gaan
stoppen en dan wijdbeens naar stad marcheren om een biertje te gaan drinken,
gewoon om te testen of het echt zoveel belangrijker aanvoelt. Ze zijn niks meer
dan wij, die mannen, helemaal niks…, hoe stoer, vervelend en eng ze ook kunnen
doen, als het erop aan komt dan zijn ze bang van ons. Laten we er vooral
vrolijk mee lachen, meer energie zijn ze niet waard. Dat weet ik heel zeker,
gewoon omdat ik dat zeker weet.
We
zijn sterk en houden vol, geen traan verlaat mijn ooghoek.
Het
wil maar niet regenen. We beginnen ons stilaan een beetje zorgen te maken. De
waterput is bijna leeg. De emmer schraapt al over de bodem en het water staat
te lang stil. Drink- en kookwater wordt tegenwoordig in de winkel gekocht, maar
wordt elke dag een beetje duurder. Het vrachtwagenwater wordt extra lang
gekookt zelfs voor we er mee wassen en poetsen. Daar gaat een heleboel kerosine
aan op. Alsnog hebben we opeens allemaal gekke bultjes en buikpijntjes.
Mika’éle filtert dagelijks de waterput en houdt de regenpijpen schoon met
chloor en bacteriedodende zeep, wachtend op de regenbui die maar niet komt. Hoe
lang houden we dat financieel vol en wat als het de komende maand weer niet
regent?
Ik
blijf vrolijk lachen en verzeker iedereen die het horen wil dat regen snel zal
komen. Dat weet ik gewoon heel zeker omdat ik het zeker weet.
Ik
blijf sterk volhouden en geen traan verlaat mijn ooghoek.
De
nationale examens komen eraan. De nieuwe supervisors vinden dat er te weinig
gewerkt werd. Leerkrachten moeten tot het einde van de maand zes dagen per
week, 8 uur per dag voor de klas. Workshops verschuiven naar de zondag. Tijdens
de drie weken van de examenperiode, wordt het assessment afgenomen tot 17u en
wordt er tot 19u extra instructie aan de leerlingen gegeven. De nagekeken
papers moeten voor 8.00 de volgende ochtend op het bureau van de supervisor
liggen (klasgroepen tussen de 70 en 93 kinderen). We hebben geen kerstvakantie
hier en we zijn nu al zo moe. Hoe lang houden de leerkrachten dat nog gezond
vol, wanneer moeten ze de tijd vinden om al hun ander werk te doen?
Ik
blijf vrolijk lachen en verzeker iedereen die het horen wil dat het maar om zes
weken gaat en dan hebben we een weekje vrij. De “nieuwen” moeten even streng
starten zodat we weten dat ze er zijn, maar dat gaat wel weer over. Ik heb de
verantwoordelijkheid over methodologie en ik vertel in de komende meeting wel
even dat kinderen echt niet slimmer worden van meer uren in de klas, dat
iedereen daar alleen maar nog meer moe van wordt. Ze moeten op den duur wel
naar mij luisteren, dat weet ik heel zeker, gewoon omdat ik het zeker weet.
Ik
blijf sterk volhouden en geen traan verlaat mijn ooghoek.
Sinds
het gerommel om dit landje heen, worden me steeds meer politiek getinte vragen
gesteld waarop ik geen eerlijk antwoord mag of kan geven. Waarom zit een klein
land met maar ongeveer 4 miljoen bewoners, dat gebukt gaat onder extreme armoede,
steeds in conflicten? Wat willen ze precies van ons? Waarom laten ze ons niet
gewoon met rust?
Senait
speelt haar Amhare (Tigrinya taal in Ethiopië) Cd’tjes steeds luider. Haar
muziek is in publieke gelegenheden verboden en was de reden dat een paar jaar
geleden haar restaurantje werd gesloten wegens openbare zeden schennis. Privé
zit er nog geen wettelijk verbod op. Haar ex-patriotje-pest laat me zien hoe
protest en het gevoel van vrijheid in heel erg kleine dingen kan zitten. Ze
weet zelf dat ze het soms beter niet zou doen, mij maakt het niks uit, ik zing
voor haar het liedje van CB Ray:
“Girl put your record on, tell me your favourite song,
you go ahead, let your head down. You feel afraid but that’s all right. Do what
you want. I hope you will catch your dreams someday, somehow…”
Er wordt me gevraagd of ik Europese mannen in de
aanbieding heb om met oudste dochters te trouwen zodat zij tenminste weg kunnen
om van op afstand de familie te steunen. Ik herinner me nog wel vaag een paar
afdankertjes, maar daar wil ik die mooie, brave meisjes ook niet direct mee
opzadelen. Er zijn moeders die me hun baby’s willen geven. Neem hem straks mee
naar België, jij kunt beter voor hen zorgen dan wij.
Ik blijf vrolijk lachen en vertel iedereen die het horen
wil dat ze geen gekortwiekte vogels zijn, dat change will come, dat dit echt niet zo zal
blijven duren. En als de ommekeer komt, dan moet je er klaar voor zijn, ga
vooral niet bij de pakken neer zitten, want alles komt wel goed. Dat weet ik
heel zeker omdat ik het zeker weet.
Ik
blijf sterk volhouden en geen traan verlaat mijn ooghoek.
Ik
mis mijn kat. Meer dan mensen ooit konden heeft hij mij doorheen zware periodes
gesleept. Wanneer ik iedereen de deur uitschopte en alle contact met het
buitenbos uit de muur rukte, loste een diepzinnig gesprek met de haarbal op
schoot alle wereldproblemen op.
Ik
heb nu een loslopende krekel als huisdier en om de een of andere reden is dat
toch niet hetzelfde als een rooie Cornish Rex. Mijn “want to be a lion, (shit, I’ve been castrated, but I can’t really
remember when????)” katermans Merlootje is gelukkig, ook al is hij ver weg
van mij.
Ik
blijf vrolijk lachen en vertel mezelf dat hij het goed heeft en dat ik hem over
een paar maandjes weer zie en dat hij mij dan niet eens meer herkent omdat hij
het zo naar zijn zin heeft. Dat weet ik heel zeker, omdat ik het zeker weet.
Ik
blijf sterk volhouden en geen traan verlaat mijn ooghoek.
En
dan komt de post.
Van
Liesbeth krijg ik de professionele hulp, het versgeboren geluk en de verschrikkelijke
zorgen, wat wind onder de vleugels en een zelfgemaakte kaart waarvoor een heel
dorp in stille bewondering vervalt. Van “huisarts” Marc en Huub,”een vriend”….zoals
ze zichzelf noemen, (waarom geven mensen zichzelf opeens titels???) mijn
bevoorrechte gevoel in Afrique te zijn. Van Els de Europees huiselijke praatjes
over het “werkende mama zijn” en het vervolgverhaal van kleine Irme. Van zus de
broodnodige warme jas, brieven en kaartjes. Van (schoon)broer de absolute
betrouwbaarheid, de werkende website, mijn spreekbuis. Van Sven en Ruben de
prachtige rapportcijfers (en alleen om die reden vergeef ik het gebrek aan
tekeningen in mijn kerstpakje). Van papa de research, de boeken en de goede
raad. Van mama de groentebouillon, de marsepein, mijn vergeten San Francesco
(we blijven dol op de Katholieke Dr. Doolittle) en na zelfs 4 maanden niet
gezien, perfect passende broeken. Van Nelly en Harrie de herinneringen aan mijn
onbezorgde kindertijd met pure liefde voor mijn speelkameraad Suzie-hond, onze
eerste cocker spaniël (toen ze kwam was ik geen 5 jaar oud, we waren beiden
puppy’s, ik was net geen 20 toen ze stierf op 16 jarige leeftijd) waar ik
verbale discussies mee kon voeren en nee ik kreeg niet altijd gelijk, en Astra
de Deense dog van adel op wiens buik alleen ik als kleuter slapen mocht.
Nog
steeds ben ik sterk en doelgericht en blijf ik vrolijk lachen en geen traan
verlaat mijn ooghoek.
De
eerste traan in 4 maanden tijd, viel na het krijgen van het
wereld(kerst)kaartje van nonkel Jan en tante Lucie.
Elke
avond kijk ik naar Orion en de grote beer, elke nacht zie ik de poolster. Ik
heb geen heimwee, want ik ben sterk en doelgericht en ik leef dagelijks het
voorrecht om in Afrika te zijn. Het getekende pijltje Eritrea-België op het
kaartje is nog geen halve centimeter lang, er staat zelfs een pijltje richting
poolster bij. Er wordt verteld dat op enkele graden naar links van de poolster
de Meeënheide ligt, drink daar een glas wijn op (hibiscusthee met een beetje
Asmara gin, wijn is te duur), maar niet te veel want dan krijg je hoofdpijn.
Pijnlijk
alleen in Afrika, maar toch nergens anders willen zijn, behalve misschien heel,
heel, heel soms.
Ons
kent ons.
Ik ga
mijn eigen weg, mijn strijd voer ik ver weg en heel alleen….of toch niet!!???
Ver
weg is eigenlijk best heel dichtbij en er lopen een paar prachtige, sterke, goede
mensen van op een afstandje, maar constant met mij mee. Blijkbaar had ik me
toch even vergist in alles wat ik gewoon heel zeker weet, en het maakt helemaal
niks uit dat er dan eens een keer toch een traantje valt.
Nog sterker
dan voorheen kunnen we daarna weer vrolijk lachend op pad en weten we alles
weer heel zeker.
H.
|