|
We leerden op onze cursus van VSO, preparing for change, dat er ons
waarschijnlijk een six month’s dipje te wachten stond. Ik denk dat deze zijn
intrede aan het doen is.
In het leven dat we hier als alien proberen te leven zijn er geen
gemiddelden meer. Alles is extreem. Extreem blij, extreem prachtig, extreem
gefrustreerd en extreem kwaad, niks er tussen in.
De oprechte liefde voor een volk en een cultuur die bewijst dat het ook
allemaal anders kan, dat het Westen helemaal niet het epicentrum van het universum
is en dat een sociale wijze van leven met mooi weer en een prachtig uitzicht,
niet met geld te koop is, roept af en toe ook de diepste walging op.
Armoede en repressie zijn nooit grappig, al heeft vrijheid en welvaart
zijn eigen gruwelijke valkuilen.
Ik kan jubelen en juichen omdat er heel langzaam aan een meisjesclub is ontstaan
in het kapsalon van de 16 jarige Helen. Na schooltijd is ze kapster en nadat de
zaak sluit, is het kapsalon ons geheime clubhuis. Niemand weet dat ik drie keer
per week, twee uur lang Engelse bijles geef aan 6 meiden. Alle 6 willen ze weg
uit het dorpse leven en studeren.
Mijn geluk kan niet op. Meisjes die vooruit willen in het leven en
waarmee ik kan praten over alles wat hen bezig houdt. Ze luisteren, ze leren,
ze willen begrijpen.... ze denken al een klein beetje meer voor zichzelf. Al een
heel klein beetje.
Ik verkoop propagandataal omdat die begrepen wordt. Leer, studeer en
probeer wijzer te worden. Gebruik die grijze massa om de wind een andere kant
op te laten blazen, wees creatief en gebruik je fantasie om te zien wat morgen
de werkelijkheid kan zijn.
Er zijn zelfs al twee huisvrouwtjes van mijn vaste koffieceremonie
adressen die me een boek hebben gevraagd. (had ik maar meer boeken om weg te
geven)
Na vier maanden van observeren en praten, zoeken, nadenken en detective
spelen, denk ik de kern gevonden te hebben van wat de leerkrachten in mijn
regio nodig hebben om inzicht te krijgen in de door hun gegeven lessen. Als
hulpmiddel ben ik een zelfverzonnen lessonplan formulier met een dagelijks zelf
evaluatie systeem beginnen testen. Het lijkt te werken en belangrijke mensen op
nog belangrijkere stoelen zijn erg geïnteresseerd in mijn vodje papier. De
leerkrachten lijken zich een beetje zelfzekerder te voelen voor hun megaklassen
en soms vindt er zelfs een leermoment plaats tussen al dat georganiseer en
gedisciplineer. Ik heb het idee dat ik iets heb gevonden heb dat blijvend steun
kan geven. We moeten het even bij schaven om het perfect te krijgen. Maar ik
ben in de zevende hemel als ik zie hoe mensen hier zelfs de kleinste kansen
aangrijpen om hun wereld te verbeteren.
Ik heb geld nodig, om middelen te kopen, om bij te sturen in al die armoede.
Ik probeer spaarpotjes te breken en mensen te motiveren om te investeren in
onderwijs. Soms moet je daar wel eens verplicht breed glimlachend een glas wijn
voor gaan drinken op de plekken waar mensen zichzelf en de inhoud van hun
portemonnee zeer belangrijk vinden. Ik wist niet dat ik het kon, dat kirren en
giechelen en het krulletjes draaien in mijn plastic haar en het steevast
instemmend knikken... wat willen die gasten slim en machtig gevonden worden
terwijl ze heel goed weten dat ik alleen maar aas achter geld om mijn projecten
uit de grond te stampen. Ik heb een zekere waardering weten te verwerven bij
een paar mensen (is het toevallig dat dat allemaal Eritreeërs zijn?) die bij de
centen zitten.
Maar dan komt die andere kant van de medaille opzetten. In mijn
meidenclub komen er wel eens kleine zusjes en broertjes mee. Ik neem een baby’tje
van ruim een jaar in mijn armen om het gehuil te troosten. Het schaapje heeft
even geen doek om en geschokt staar ik voor het eerst van mijn leven naar die
vrouwelijke culturele verminking. Het liefst van al zou ik willen mee huilen,
maar ik probeer mijn gezicht in de plooi te houden. Dat lukt niet. Yordanus
vertelt me dat dit heel normaal is, iedereen is besneden. Als je een slecht
mens bent dan sterf je na je besnijdenis. De meisjes vertellen gezellig over
dat ene meisje dat sinds ze besneden werd ziek was. Ze had altijd heel erge
buikpijn en kon niet goed lopen. Iedereen wist heel zeker dat ze behekst werd
dus op een dag hebben ze de boze geest willen wegjagen door haar zwarte rook te
laten inademen. De heksen hebben gewonnen. Ze namen haar ziel mee met de rook
en dat 15 jarige meisje stierf.
Ik kan deze rotzooi niet
oplossen, dat weet ik, maar iemand moet ergens beginnen.
Mijn witte boekhouding brengt me in de problemen. Ik heb iets aangeraakt
dat het daglicht niet verdragen kan al weet ik nog niet precies waar de details
van het probleem zitten. Die grote mannen die hun omgevende wereld klein willen
houden verfoeien mijn kleine succesjes. Dat onnozele witte grietje dat een
beetje op de scholen hoorde te spelen brengt een onderdrukkend schoolsysteem in
verwarring. Mensen gaan moeilijke vragen stellen waar andere mensen helemaal
niet op willen antwoorden.
Ik word aangepakt door supervisors en PRC coördinator. Er wordt me
duidelijk gemaakt hoe alleen ik sta in mijn functie van witneuzige
methodologist in een dorpscluster.
Mijn laptop is toevallig gecrasht, naar het Nederlandse bedrijf gestuurd
om reparatie en is hopelijk weer onderweg naar hier, maar de gegevens zijn weg
uit de Sub Zoba. De back-ups op papier zijn opeens verdwenen (is vast een geit
geweest, It happens!!!). Het projectje dat leerkrachten moet gaan ondersteunen
in het onderwijzen van blinde en slechtziende leerlingen die verplicht naar
mainstream scholen moeten wordt afgekraakt en de uren ervoor ingetrokken, al
mijn proposals gestolen of vernietigd. Mijn salaris wordt gekort. De enige uren
die ik vergoed krijg zijn degene die ik op kantoor achter mijn bureau heb
doorgebracht, als teacher-trainer zijn dat er dus heel weinig gezien ik mijn
voorbereidingen meestal ’s nachts maak.. Mhammed Ali, mijn beste stalker ooit,
dat moet ik hem nageven, wordt zat gevoerd en opgehitst en staat luid
schreeuwend de horlepiep te dansen op mijn binnenplein ik ben erg blij dat mijn
Tigrinya te beperkt is om zijn verwensingen te begrijpen, op de avond dat al
mijn buren naar een feest zijn. Ik moet hem met harde hand naar buiten zwieren.
Ik ben niet meer de fitste en de sterkste of snelste, maar mijn werptechnieken
heb ik blijkbaar nog steeds onder de knie.
Ik vlucht naar Asmara, krijg een paar dagen vakantie voorgeschreven door
VSO en een belofte op een meeting met de man die ik meer vertrouw en respecteer
dan alle mensen waarvoor ik ooit gewerkt heb tezamen. Ik wacht geduldig tot
Yohannes terug is van zijn cursus in Kenia om mijn strategie te herbepalen.
Sinds weken kan ik weer even rustig ademhalen en eventjes mijn
concentratie loslaten.
De ambassade geeft een receptie voor een ex VSO vrijwilliger die jaren
later de grote baas is van alle
British Counsels in de wereld. We
staan weer breed lachend handjes te schudden van mensen die nog nooit een
Eritrese boer of national service
leerkracht van dichtbij gezien hebben. De buil op mijn hoofd van het tegen de
vlakte storten op de stoep van de Noorse Ambassade is weggeschminkt met de
toverdoos van goede vriendin Catherine die eindelijk weer op de been is na haar
week platgespoten bedlegerigheid door dysenterie.
De achillespezen zijn op dagen als dit helaas sterk van kracht.
Een gastje van de
European Commission geeft een privé feestje op het moment dat ik het nodig heb. Hij heeft
muziek. Ik heb al weken geen muziek meer gehoord, het geluid stierf tezamen met
mijn laptop. Van alles wat ik makkelijk kan missen in mijn westerse weelde, dit
is er geen onderdeel van.
De ambassadeur brengt zijn wijn van de receptie mee en eindelijk kan ik
me even ontspannen. Hier deelt iedereen tenminste een deel van mijn cultuur.
Na een paar uur plezier, beginnen de hete handjes weer te grabbelen en
sla ik de tweede keer die dag op de vlucht.
Ik heb een paar dagen de tijd om zoveel mogelijk van de verloren
voorbereidingen uit mijn hoofd op papier te krabbelen. Ik probeer vergaderingen
uit te stellen en smoezen te verzinnen waarom ik niks op papier heb staan. Het
is weer iets waarop ik niet voorbereid was. Er zijn geen bronnen om uit te
werken, alle computers in Asmara zijn besmet met een bestandenvernietigend
virus, Behalve twee kladblaadjes is al mijn werk van de afgelopen 4 maanden
verdwenen.
De statistieken van mijn site worden doorgestuurd. De mensen willen
sneller nieuws van Hildepilde, anders verslapt hun aandacht voor een
ontwikkelingsprobleem.
Met dit nieuws stijgt mijn frustratie nog een graadje hoger. Nooit heb
ik iemand om geld gevraagd, ik dacht dat het in mijn dagboekverhaal wel
duidelijk zou zijn dat ik nood heb aan fondsen. Ik dacht dat mensen die het tof
vinden om dit te lezen het spontaan zouden kunnen opbrengen om me af en toe wat
steun te bieden. Als iedereen die af en toe de site bezoekt, me 1 euro per
maand zou gegeven hebben, dan had ik het language lab van het PRC van het nodige materiaal kunnen
voorzien.
De rekening van het steunfonds vertelt me wat anders.
We werken in de sub zoba nog steeds twee keer op hetzelfde blaadje
(eerst met potlood en dan met pen als die het doet).
Zoals je ziet, alle symptomen van de six months dip zijn aanwezig.
Maar ook die kan ik wel aan.
Ik vraag deze keer wel om geld, en dat zelfs zonder zielige plaatjes te
verkopen. Ik hoop dat mijn vrienden verstandiger zijn dan dat. Weet dat iedere
cent die in het steunfonds gestort wordt direct geïnvesteerd wordt in het
plaatselijke onderwijs. Wie me een beetje kent weet dat er in Hildeland niks
onderweg blijft plakken.
De foto’s voor op de site zijn onderweg, maar alles werkt hier een
beetje trager en omslachtiger dan bij jullie dus geef me nog eventjes de tijd.
Ik doe mijn best om sneller een nieuw verhaaltje te schrijven, helaas
ben ik technologisch invalide op dit moment.
Selaam
H.
|