|
November
2006
Eten:
We
eten hier meestal met zijn allen van 1 groot reuzenbord. De bodem van dat bord
is bedekt met een soort zure pannenkoeken, die ze injera noemen. Ik vind ze erg
lekker, maar een heleboel van mijn Westerse collega’s hebben veel moeite om aan
het smaakje te wennen. Op de injera wordt het stoofpotje van de dag geschept.
Dat kan zijn ades (linzen met tomaat en uit), shuro (kikkererwten met tomaat en
ui), zigni (iets met vlees dat ik natuurlijk nooit eet maar er zit vast ook
tomaat en ui bij) of iets wat de kokkin zelf verzonnen heeft met de beschikbare
groenten van de dag met, euh… tomaat en ui. Vlees (geit of kip en een zelden
keer rund of schaap) wordt er alleen op zaterdag gegeten bij de mensen die een
beetje meer geld hebben. De anderen eten het alleen op heel, heel, heel
bijzondere feestdagen.
We
eten hier met de handen, bestek is niet nodig. Nu zal je denken: “heey hoppa,
dat wordt gezellig graaien van zo’n joekel van een bord…” Vergeet het maar.
Eten met je handen heeft nog meer beleefdheidsregeltjes dan met bestek.
Eerst
moet je je handen wassen in het zicht van je tafelgenoten. Op sommige
gelegenheden zelfs je voeten en je gezicht en daarbij goed je mond spoelen.
Maar meestal is handen genoeg. Om te eten mag je alleen je rechterhand
gebruiken. Met je rechterhand scheur je een stukje injera af en daarmee pak je
een hapje dat voor je ligt. Dat is best wel moeilijk zo scheuren met 1 hand. Ik
ga soms wel eens op mijn linkerhand zitten om niet per ongeluk mijn twee handen
te gebruiken. Je mag nooit wat lekkers pakken dat voor de neus van een van je
tafelgenoten ligt, maar als ze weten dat jij dat net het lekkerste vindt, dan
verhuizen ze het gewoon naar jouw plekje. Als je af en toe smakt, vindt de gastvrouw
dat alleen maar geweldig. Dat is een teken dat je het lekker vindt. Je vieze
vingers aflikken dat mag dan weer niet, daar krijg je alleen maar boze blikken
van.
Stokjes:
Men
knaagt hier graag op stokjes. Hier geen navelstaren of uit je neus eten. Als je
even niks te doen hebt dan ga je een mooi dun recht stokje van een boom plukken
en daarmee ga je ernstig tussen je tanden peuteren. Iedereen doet het, van jong
tot oud en op alle ogenblikken van de dag. Tijdens vergaderingen en meetings
met serieuze mensen zit minstens de helft aan stokje-sabbel te doen. Ga je naar
een klas, dan zitten de kinderen op een stokje te knabbelen terwijl de juf of
meester wat zit uit te leggen en verdwijnt dat ding pas als er gewerkt moet
worden. Op dat moment verschijnt er een stokje in de mondhoek van die juf of
meester. Het werkt aanstekelijk, ik denk stukken helderder na met een klein
stokje tussen de tanden geklemd.
Afval:
Prullenbakken
is iets voor in huis en zelfs daar worden ze niet ernstig genomen. Afval
belandt gewoon op de grond. Een paar keer per dag de vloer vegen en alles op
straat kegelen houdt een huis netjes. Er zijn geen vuilcontainers en geen
vuilnisbelten. Toch is het geen troep. Soms moet je de dingen gewoon simpel
houden. In de winkeltjes wordt er geen verpakking verkocht. Je moet altijd zelf
een bakje of een zakje meenemen. Het afval dat er overblijft, is eetbaar voor
de geiten, de ezels, de schapen en de koeien. Die lopen hier overal rond. Zelfs
een keer toevallig in mijn kamer omdat ik de poort niet goed had dichtgedaan.
Als je een zakje nodig hebt, is dat van papier gemaakt en dat stook je gewoon
weer op als het vies is, maar zelfs dat vinden de geiten lekker als ze het op
straat vinden. Van de blikjes worden andere spullen gemaakt en de glazen flessen
worden opnieuw gevuld.
Honden:
Een
hond als huisdier hebben kan alleen maar als die hond even hard werkt als zijn
baasje. Hij moet zijn eten verdienen met het helpen hoeden van de kuddes. Je kunt
aan een hond zien dat hij een baasje heeft, als er nog oren aan zijn kop
hangen. De zwerfhonden komen aan eten en drinken ook niks te kort en zijn
meestal erg lief. Ze leven ook weer van het afval dat op straat belandt of
achter de slachthuizen te vinden is. Hun oren worden afgeknipt. Dat was in het
begin een erg raar zicht, zo een grote hondenkop met aan weerszijden van zijn
hoofd alleen maar een gaatje. Deze honden hebben de verantwoordelijkheid het
dorp te bewaken en te beschermen tegen hyena’s. De mensen denken dat als er
geen flappers van oren aan hun kop bengelen, de honden nog beter kunnen horen.
Ezels:
Ezels
staan altijd en overal in de weg. Het lijkt soms wel of ze er een speciaal
zintuig voor hebben. Is er geen verkeer, dan is er geen ezel te zien in heel de
straat. Komt er een bus of een jeep voorbij, dan staan er 20 in het midden van de weg
die niet vooruit of achteruit te bewegen zijn. Wij hebben het spreekwoord, zo
koppig als een ezel. Hier zeggen ze dat een ezel al zijn tickets al betaald
heeft. Ezels hebben geen schulden en dus geen zorgen en maken zich nergens druk
om. In elk geval laten ze zich goed gelden met hun aanwezigheid. Ze bemoeien
zich overal mee en laten zich niet wegjagen. Als je een keertje kan uitslapen,
wees er maar zeker van dat er een ezel om 6 uur voor de deur staat te balken.
De
meeste kinderen kunnen ezelrijden. Voor ze van het werk naar huis gaan, doen ze
vaak nog even een wedstrijdje om het snelst en let je dan even niet goed op,
verwacht niet dat zo een opgedreven ezel voor jou uit de weg gaat.
H.
|