|
Op
het werk worden hoge eisen gesteld aan mijn parate vakkennis en mijn geduld.
Komende vanuit het overdreven gestructureerde Hollandse onderwijssysteem,
overvallen me hier de vragen en opdrachten wel eens. Het is nooit mijn hobby
geweest om vragen onbeantwoord te laten, dus soms slaat de stoom me wel eens
uit de oren.
Ik
kreeg vorige vrijdag de opdracht een samenvatting en vervolgens de
transparanten, voor de workshop over “Inclusive Education” op deze week vrijdag te
maken. Het basisboek is maar 84 blz. dik, dus een lachertje dacht ik…… veel te
vroeg.
In
mijn kantoor was er plotseling geen elektriciteit meer, en zo bleek later, ook
in de rest van de schoolgebouwen niet. De telefoon werkt ook met elektriciteit
dus dit euvel zou pas besproken kunnen worden als Daniël, die een mobiele
telefoon heeft, gearriveerd was. Natuurlijk houdt heel Eritrea siësta
tussen 12 en 14, zit pas iedereen weer een beetje op zijn stoel om 15, dus
vergeet het maar voor die dag, we zien wel weer op maandag.
Ik
ben dan maar snel mijn laptop gaan ophalen om samen met een van mijn bazen de
eerste grote lijnen van de workshop in kwestie op te zetten. Nadat zijn
puiloogjes weer in de kassen zaten en hij weer netjes op zijn stoel kon zitten,
maar nog steeds in stille bewondering voor dit stukje draagbare technologie,
bleek de zwaarte van de opdracht.
Inclusief
onderwijs werd aan het ministerie van onderwijs voorgesteld als het antwoord op
al hun vragen. Het mooie sprookje met een happy end waarna iedereen weer lang
en gelukkig leeft. Helaas werd de cursus volledig in het Engels gegeven, zo ook
de handboeken, begrijpen mijn collega’s maar een paar woorden Engels en wordt
de lerarenopleiding hier toch op een iets andere wijze uitgevoerd. Ik had dus
de opdracht om de gehele theorie van Inclusie van kinderen met special needs, op een week tijd te doceren,
te vertalen met handen en voetenwerk en hier en daar een tekeningetje. De
workshop voor te bereiden en de transparanten ervoor te maken (delen in Engels
en delen in Tigrinya)
en dat zonder elektriciteit (mijn batterij doet het drie uur).
Mijn
weekend heb ik aldus zinvol besteed aan het maken van een verhelderende
samenvatting, tussen mijn hoest/proest/nies/kuch/snotter buien door. Op maandag
viel de financiële frank over dit mooie sprookje bij mijn beider bazen. Want
hoe kunnen ze nu Brailleboeken gaan betalen als er niet eens geld is om voor
ieder kind een eigen handboek aan te schaffen. Hoe moeten ze schooldeuren gaan
verbreden als je weet dat de school zich bevindt in de lege Italiaanse
wapenloodsen. Hoe kan je geld vrijmaken voor speciale toiletten als er geen
middelen zijn om elke school te voorzien van sanitair (struikjes genoeg). Om
van een vergiftigde appel te spreken!!!
Verder
werden er vragen op me afgevuurd als; “Wat is cognitie eigenlijk?” en “hoezo
gebeurt leren via al je zintuigen?” of “Wat bedoelen ze met de stelling dat je
leren kan plannen maar dat het soms ook toevallig plaatsvindt?” Basiskennis
voor de Europese leerkracht, nieuws voor de afgevaardigden van het Ministerie
van Onderwijs met de verantwoordelijkheid over een hele provincie.
En
helaas gaat het hier echt niet over Sneeuwwitje die wast en plast voor haar 7
dwergen. Gemiddeld 70 kinderen per leerkracht. Waarvan zowel de kinderen als de
leerkrachten nog eens een keer erg hard moeten werken voor en na de schooluren.
Hoe in hemelsnaam kan deze president verwachten dat Inclusief onderwijs na dit
schooljaar een Eritreaans feit zal zijn???
Ik
moet misschien maar eens stoppen met te vergelijken. Al zal dat moeilijk zijn,
gezien me constant naar deze vergelijking gevraagd wordt. Ik ben tot nu toe
eerlijk geweest in mijn antwoorden. Moet ik beginnen liegen? Op de vraag wat er
in mijn oude school in het Pedagogic
Resource Center stond, heb ik moeten antwoorden dat we dat daar niet nodig
hebben. Al de bronnen waarvan ze hier dromen staan daar per klas uitgestald.
Elke klas heeft minimaal 2 computers, en ja hoor zelfs met aansluiting op het
internet. We waren ook een pilootschool voor een nieuw educatief systeem. Dat
wil daar zeggen dat er leerkrachten jarenlang op kosten van de school cursus
mogen volgen. Dat er benodigde materialen worden aangekocht en dat er
begeleiding naar ons toekomt, van specialisten ter zake. Die via deze pilot ook
nog eens aan hun eigen carrière bouwen. Iedereen wordt er beter van. Aan alle
kinderen wordt er gesleuteld. We hoeven niet te kiezen. Er zijn intern
begeleiders en er wordt aan remedial teaching gedaan. We leren iedereen zwemmen
en gaan elk schooljaar minstens een keer op schooluitstap. En nog zijn we er
niet helemaal blij mee, en is de taak van leerkracht een zware taak als je hem
goed wilt doen. Ook in Europa worden de leerkrachten ondermaats, gezien hun
opleiding, betaald, worden de overuren nooit geteld maar enkel de vakantiedagen
(die hier trouwens niet doorbetaald worden).
De
kinderen zijn op een aantal vlakken het tegenovergestelde van dat wat ik
regelmatig in mijn klasjes mocht zien. Vooral meisjes zien het als een
voorrecht om naar school te mogen gaan. En stuk voor stuk weten ze zowel wat
hard werken is als wat harde klappen zijn. Als je wat wil leren moet je je
gedragen. Met 70 in
een klas is er geen ruimte voor gedoe. Ouders die besloten hebben om hun
kinderen naar school te sturen en aldus werkkrachten thuis missen, staan dan ook
te wachten op resultaat van hun kinderen en zijn dankbaar voor het bestaan van
leerkrachten, ze vallen ze niet aan en schelden ze niet uit. Iedereen weet dat
een leerkracht maar 1450 nakfa per maand betaald wordt (dat is ongeveer 73
euro), een hongerloon zelfs voor hier. Men kan bij deze lui dus wel zeggen dat
er van een roeping sprake is.
Ik
probeer mijn collega’s aan het verstand te brengen dat het Inclusiebesluit in
Salamanca al in 1994 genomen werd en dat van Dakar pas in 2001. Dat ik door
mijn allerlaatste Hollandse opdracht (die het plannen en invullen van het
programma van een zeer moeilijk lerend jongetje in het gewone onderwijs was),
bijna zeker weet dat hoewel we al 7 jaar langer de tijd hebben met daarbovenop
een heleboel middelen, ook wij de einddatum van 2015 niet zullen halen. De Inclusiegedachte
is mooi en groot, de praktijk daarentegen is er een die veel van leerkrachten
eist, duur en traag is. Ik probeer aan te geven dat Inclusie ook een gedeelte
curriculum behoort te bevatten met daarbovenop de ondersteuning van de speciale
scholen. Dat het misschien een idee zou zijn om kleine stapjes te zetten en al
eens proberen om een paar klassen anders te organiseren en in te richten door
gewoon de tafeltjes te verschuiven en wat meer aan groeps- en projectwerk te
doen. Maar bevel is bevel. In 2015 behoort ook elke school in Afrika een
inclusieve te zijn en de scholen van Dbarwa sub zoba moeten er vanaf dit jaar
aan beginnen.
Ondertussen
werd de workshop al uitgesteld tot zaterdag, wegens de tijdopslorpende
voorbereidingen en is er op zondag een studiedag over parent involvement gepland. Ik hoop dat als de
werkelijke inhoud van wat men hier denkt op een jaartje te kunnen uitvoeren
doordringt, het de leerkrachten niet teveel ontgoochelingen bezorgt. Ik probeer
dan maar zoveel ik kan kleine praktisch, haalbare doelen en kosteloze, in
inclusie passende lestechniekjes te verzinnen. Het laatste dat hier gebeuren
mag, is dat leerkrachten hun motivatie verliezen.
Die
leerkrachten hebben sinds een paar dagen hun vertrouwen gevonden en vuren hun
vragen op de meest onverwachte momenten op me af. Ook al worden er een heleboel
studiedagen en workshops georganiseerd, toch lijkt het alsof de echte vragen
stiekem gesteld worden. En steevast gaan ze gepaard met een paar ogen die een
onmiddellijk antwoord verwachten. Ik heb al eens in de spiegel gekeken maar er
staat nog steeds geen World
Wide Pedagogical Web op mijn voorhoofd. Ik kan alleen maar mijn best doen
en een beetje teren op de herinnering aan het vertrouwen dat Mieke, René en
Liesbeth in mijn vakkennis hadden.
En zo
piekert dit simpele jufje, dat niet eens een specialist ter zake is, maar
verder….
H.
|