|
December
2006
Als
ik mijn verhaaltjes een keer overloop dan lijken ze allemaal een beetje donker
en somber. Ik kan alleen maar ter verantwoording aanroepen dat dit nu eenmaal
mijn schrijfstijl (maar niet mijn leefstijl) is, maar ook dat woorden dienen te
dwarrelen op een scherm wanneer het hoofd aan het overlopen is. Met alle talen
om me heen die de mijne niet zijn, heb ik af en toe de drang om orde op zaken
te stellen in het oude vertrouwde Nederlands, het zijn aldus deze kronkels die
op mijn site verschijnen.
En
ook dit is er zo eentje.
Ik
ben vandaag netjes op tijd naar mijn werk vertrokken, zelfs iets te vroeg. Het
is ondertussen de gewoonte van de boeren (je weet wel die met hun ossen en
ezels die de hele dag al rondjes lopend voor molen spelen) geworden om hun
eerste pauze te nemen, als ze mijn witte neus zien verschijnen. Ik moet
toegeven dat dit moment ondertussen het mooiste van de dag geworden is. Het is
stukken beter dan beginnen werken na een helse file.
De
ossen en ezels mogen dan rustig wat ronddwalen, de boerin start het ronddelen
van de koffiekopjes, de theeglazen en de versgebakken Ketcha (weer zo'n woord
dat start met de gekke klik die me soms al een beetje lukt). We zeggen niet
veel dan, behalve misschien de plichtplegingen, maar het is fijn om met mijn
dikke kont op een steen gezeten, te kijken hoe de zon net achter de berg
uitpiept, een paar geiten aan het kopstoten zijn, de snippers van de korenaren
opwaaien en de ossen zich een lekker zacht plekje op een berg stro uitzoeken.
Omdat ik spontaan verliefd werd op hun ossen, ben ik ook een soort van boerin
voor deze luitjes. Alleen een boerenmie herkent de schoonheid van een beest zei
de boerin ooit tegen me, voor de anderen is een rund een rund en er zijn er
zelfs die koe tegen een os zeggen (stel je voor!!!). Een kort momentje op een dag,
waarop ik geen Taliano (vreemdeling), Tsada
(witte)
of Memher (leerkracht) ben, maar gewoon koffie drink zoals alle anderen voor we
aan het tweede deel van onze werkdag beginnen.
Dan
aangekomen in het PRC begint de ergernis. Ik begin een steeds hartgrondigere
hekel aan mijn supervisors (Waldoselassie en Teklesbraham alias Waldadam) en de
PRC coördinator (Samson) te krijgen. Ze hebben ondertussen besloten dat de
leerkrachten en leerlingen van 8.00 tot 18.00 op school moeten zijn. Eerst werd
zo een dag nog gebroken door een aantal springuren. Op zaterdag dienen alle
leerkrachten op bijscholing te gaan, wat steevast workshop genoemd wordt.
Tijdens die workshops mogen de leerkrachten rekenen op een extraatje van 70
nakfa betaald door NGO's (drie keer raden wie om dat geld mag gaan bedelen) en
zij zelf op een per diem van 250 Nakfa.
Alles
bij elkaar praten deze gasten over een 54 urenweek verspreid over 6 dagen, tel
daar nog eens bij dat men wil dat leerkrachten hun lessen gaan voorbereiden en
de gemaakte werkjes moeten nakijken, al snel een drietal uur per dag als je een
klas van 70 hebt, maar er zijn er ook van 93 in onze zoba. Dan zitten de leerkrachten al
aan 69 uur werken op school per week voor 1250 nakfa per maand minus de
vakantiedagen (vergeet niet dat niemand hier kiest voor het onderwijs, je wordt
gewoon aangesteld). Dat geld is te weinig om een gezin van te onderhouden, er
moet nog bijgeklust worden om alle mondjes gevoed te houden, het huis moet schoon,
net zoals de kleding (alles met de hand en koud water, dus dat kost ook wel
meer dan een minuutje), de cultuur eist dat er elke dag een koffieceremonie
gegeven of bijgewoond wordt (duurt minimaal 2 uur). We zijn allen Orthodox of
Moslim, dat is dan nog eens een schema van elke dag naar het gebedshuis gaan. Voor
de Orthodoxen een dienst van 2 uur die start om middernacht, de Moslims zitten
in de Moskee tijdens zonsopgang (rond 5 uur in de ochtend).
Zaterdag
is de enige dag per week dat er vers eten gekocht kan worden op de wekelijkse
markt en dat er geslacht mag worden. Met andere woorden, als ik op zaterdag
workshops sta te geven, krijgen de gezinnen van de aanwezige vrouwen, de rest
van de week geen verse groenten of fruit, maar zal het alleen linzen en injera
wezen. Ik ben ooit verschrikkelijk kwaad geweest op een verkoper in Marakech
omdat hij stelde dat als ik minder dan de door hem gevraagde prijs betaalde, ik
het eten uit de mond van zijn kinderen stal. Ik heb niks bij die man gekocht
omdat ik pissig werd van de beschuldiging, zoiets zou ik nooit doen en dient
niet als verkoopstechniek op mij gebruikt te worden, maar nu maak ik me er
schuldig aan op elke zaterdag dat ik aan vrouwen sta les te geven.
Ik
had vandaag een nieuw plan bedacht. Ik heb namelijk voor het project met de
blinden zowel vrijdag als zaterdag nodig om voor te bereiden en besprekingen in
Asmara te begeleiden.
Ik
dacht dat het voor alle partijen simpeler zou zijn om de uurroosters van de
leerkrachten te veranderen. Als we ze in clusters zouden laten lesgeven zouden
ze twee halve dagen per week, tijdens schooluren een workshop kunnen bijwonen.
Door meer active learning systems toe te passen zou een kort assessment om de
paar weken voldoende zijn om als leerkracht te kunnen bijsturen, dus geen
urenlang dagelijks nakijkwerk. De lessen zouden zonder tijdsverlies van een
hogere kwaliteit zijn en de vrouwen konden op zaterdag netjes naar de markt, de
was en de plas doen en op zondag uitrusten. Het antwoord op deze morgen was
klaar en duidelijk. We have a plan and you just stick to that plan. Mijn
reactie was dat het plan alleen een voordeel gaf voor supervisors die weer maar
eens een keer 1000 nakfa per maand (voor de hardwerkende leerkracht slechts
280) extra in de zakken kunnen proppen zonder een poot uit te voeren en het mij
onnodig werkeloos stelde gedurende de schoolweek. Dat vonden ze dan weer een
beetje makkelijk van mij. Ik behoorde door de week, net zoals Courtney had
gedaan, bedelbrieven te schrijven voor meer elektronische spullen in het PRC.
En
toen kwam mijn grote mond natuurlijk weer opzetten. De dag ervoor had ik
vastgesteld dat de videorecorder van het PRC al een jaar lang in het huis van
Samson stond. Ik vroeg dus smalend of er een lange witte baard onder mijn kin
hing, of dat er misschien een rood met witte muts op mijn hoofd stond, want als
ze dachten dat ik de kerstman was, dat ze zich toch even lelijk vergisten. Als
die habeni, habeni , habeni- (hebben, hebben, hebben,…)
voor-eigen-gebruik-supervisors het idee hadden dat ik dit spelletje mee zou
spelen, ze toch beter bij miss America waren gebleven en niet bij dit linkse
geval. Ik heb het gesprek afgesloten door me om te draaien met de mededeling
dat ik mezelf wegens griep ziek meldde (wat niet eens een leugen is, mijn griepvriend
is weergekeerd na een korte afwezigheid), ik werk nu gewoon op de scholen of
thuis zonder op kantoor te verschijnen. Ik meldde nog even dat de supervisors
vooral niet mochten vergeten deze ziekendagen van mijn loonstrook te
schrappen(oh ja ik heb nog niet eens loon, dus doe geen moeite), maar dat we
dit gesprek volgende week verder zetten tijdens de aanwezigheid van de
afgevaardigde van de British Counsel (de wereldwijde bibliotheek en
informatieverstrekker van het V.K. die al een heleboel geld voor middelen in
het PRC van Dbarwa hebben gestopt) en de VSO Program Officer.
Die
mensen heb ik gevraagd een programma onderzoek uit te voeren omdat er geen
natuurlijke balans zit in de aanwezige middelen, het gebruik ervan en de
gewerkte uren (de supervisors komen pas om 9.30 aan, nemen siësta van 12 tot 15
en gaan weer naar huis om 17.00).
Door
me zo op te winden tijdens het gesprek in het PRC kwam ik in een flinke
hoest/snotterbui terecht binnen het gezichtsveld van de boeren.
Ik
werd op mijn vertrouwde steen neergeplant met een reuze wollen sjaal om de
schouders en mocht niet verder lopen voor ik een Zbib tjahé (thee met iets
pastis-achtigs) naar binnen had gegoten en de belofte dat ik van daaruit recht
naar mijn bed vertrok.
Deze
mensen leven een simpel, maar hardwerkend bestaan en hebben zich neergelegd bij
wat er hen door de geschiedenis heen tot op de dag van vandaag is en wordt
aangedaan. Al word ik in Asmara wel eens slechtgezind nageroepen (Taliano kiet,
Ga weg Italiaan) en kan ik hen niet eens ongelijk geven, racisme is in de
dorpen onbestaande.
Behalve
natuurlijk weer bij de egoïsten die een iets hoger plekje in de hiërarchie
hebben weten te bemachtigen. Ze profiteren van iedereen, vooral van het eigen
volk eerst en zien in mij een extraatje, nl. de witte kip met de gouden eieren.
Zittend
met een half vergane, naar geit stinkende lap om de schouders en een
breinverdovende borrel, die ze hardnekkig thee noemen, in de handen besloot ik
dat zolang ik een vinger in de pap heb in het Ministry Of Education in de sub
Zoba, de supervisors vet op hun neus gaan kijken.
Als
er een karaktertrek is die ik samen met mijn achternaam geërfd heb, dan is het
wel dat ik ongelofelijk ambetant kan zijn als ik daar mijn zinnen op gezet heb
en ik ben slim genoeg om me te laten steunen door zorgvuldig geselecteerde
vriendjes in iets hogere sferen.
Deze
boeren hebben geen macht en nog minder middelen, toch zijn ze lief en
vriendelijk en vrijgevig voor een witte Talian als ik. Zij met hun overtuiging
dat het hun kinderen beter zal vergaan, omdat ze vertrouwen op een beter
onderwijs, zijn mijn echte werkgevers. Voor hen heb ik zelfs een Tomu Nagé
(offerworp) over.
H.
|